Column Tech(u)niek
Als kind bouwde ik samen met menig andere pionier de godsganselijke dag hutten. Ik ben nog van de generatie die daarvoor de ruimte had. Hele ondergrondse complexen bouwden we, type bunker. Zo stevig dat er gewoon vrachtwagens overheen konden rijden. De dakconstructie bestond vaak uit dikke houten, maar liefst stalen balken, die ongevraagd werden geleend van de dichtstbijzijnde aannemer. Dezelfde als van die vrachtwagens.
Bovengronds was ik wat minder constructief. Vooral door een gemis aan technieken om degelijke dwarsverbanden te kunnen leggen. Alleen met vijfduimers kreeg ik wel eens wat in elkaar gejast, maar lang bleven deze bouwsels niet overeind. Ook omdat eerder genoemde aannemer steeds meer steigerplanken en ander materiaal begon te missen en zijn personeel er op uit stuurde om zijn eigendom terug te vorderen. Weg hut!
Om mijn bouwkennis uit te breiden werd ik lid van de ‘zakdoekenclub’. Bij de verkennerij leerden we knopen en binnen de kortste keren sjorde ik alles aan elkaar, ongeacht op welke hoogte. Heb ik nu nog plezier van. Met name de platte knoop is een specialiteit geworden.
Elektriciteit vormde in mijn late pubertijd de volgende uitdaging. Door van alles op te blazen leerde ik watt kennen. Met dubbel t ja. Zo werd door mij in de ouderlijke garage eens een lichtinstallatie geïnstalleerd met behulp van een zelfgebouwd mengpaneel. Op het moment-surprême zorgde de knop van áán voor heel veel úit. Ook bij mijn ouders sloegen toen enkele stoppen door…
Vervolgens was de auto, om precies te zijn een oranje eend, aan de beurt. De brommer had ik snel overgeslagen nadat ik met een opgevoerde Vespa, notabene een damesbrommertje, in Erp wat bochten miste. Welk een schandvlek!…
Wie ooit eend gereden heeft, weet wat voor fragiele techniek het deux chevautje in zich had. Door van alles aan elkaar te knopen reed deze ultieme cabrio echter altijd. Koude start? Effe de bobine opwrijven. Gaspedaal losgeschoten? PTT-stieken brachten uitkomst.
Maar afijn, ik zal u niet verder vervelen met mijn ervaringsgerichte technische ontwikkeling, het wordt tijd voor het doel van dit verhaal.
Via mijn eend belandde ik uiteindelijk op de toenmalige OVO, Opleiding Voor Onderwijzer. Voor ik het wist zat ik in het onderwijs en één van mijn eerste baantjes had ik op de LTS. in Uden, afdeling ITO. Daar is de kiem gelegd voor mijn latere interesse in techniekonderwijs. Toen al begreep ik niets van het systeem waarin handige jongens en meisjes de eerste twee VBOjaren nauwelijks met hun handen mochten werken, maar vooral met theoretische vakken bezig moesten zijn. Ik zag leerlingen die graag timmerman wilden worden, maar dat verlangen werd er in die eerste jaren bijna úitgetimmerd. Uit frustratie werd er dan vaak op alternatieve wijze getimmerd en dan moest je als leraar proberen uit te leggen waarom er niet getimmerd mocht worden. Een geweldige tijd, maar helaas veel te kort. Na anderhalf jaar vloog ik er uit toen de neergang van het beroepsonderwijs begon en ik als laatst aangestelde als eerste de klos bleek.
Uiteindelijk kwam ik terug in het basisonderwijs en van meet af aan had ik een zwak voor de praktisch ingestelde leerling. Ik begon gaandeweg de jaren steeds meer begrip te krijgen voor hun logische vragen. “He mister, wurrum moet ik topografie leren, wij hebben thuis G.P.S. op d’n trekker?!” “Dáárom!” begrepen ze vaak nog het beste, maar inwendig knaagde het bij mij. Ik verwonderde me steeds meer over het feit dat we peuters en kleuters een groot gedeelte van de dag ruimtelijk en technisch bezig laten zijn, maar er de jaren daarna nauwelijks meer tijd voor inruimen op onze roosters…
Hans van der Wijst
Gedicht "DOEN"
Peuters en kleuters ‘technieken’ de hele dag.
Gewoon omdat dat in die leeftijdsgroepen nog mag.
Maar vanaf groep 3 verandert hun ‘geknutsel’ in zogenaamd ‘écht leren’.
Ze mogen nog slechts sporadisch iets ‘technisch’ proberen.
We tekenen dan de prachtigste taarten op het bord, maar ze zijn niet eetbaar.
We praten over afstanden, maar maken ze zelden meetbaar.
We leuteren over diepte, die we nauwelijks kunnen tekenen, nooit eens graven.
We ‘behandelen’ elektriciteit, maar vergeten de veelzijdige wérking ervan te staven.
Alleen bij het woord Mc Donalds denkt veel jeugd aan zwaartekracht.
Slechts bij winden laten wordt luchtdruk nog onder de aandacht gebracht.
Waterkracht bestaat enkel in het zwembad, bijvoorbeeld bij het maken van bommetjes.
Spierkracht leren we uitsluitend door vechtspelletjes op cd-rommetjes.
Hoog tijd dus voor techniek en de brede invoering ervan.
Op zoveel mogelijk fronten en zo snel als het kan.
Want horen is vergeten, zien is onthouden en DOEN is begrijpen
Laten we dat DOEN er dan ook maar eens in gaan slijpen…
Hans van der Wijst

Delen